Met een afmeting van 25 x 30 cm blijft dit werk aangenaam klein - bijna alsof je een persoonlijke waarneming aan de muur vastlegt. De sierlijst Riana, een smalle houten lijst in roodbruin, 17 millimeter breed en 18 millimeter hoog, omlijst het blad zonder passe-partout tot aan de binnenrand; de warme bruine kleur van de lijst sluit goed aan bij de vachtkleuren van de dieren, zonder opdringerig te zijn. Te zien is Albrecht Dürers „Eekhoorntje“ uit 1512: twee dieren op een lichte, bijna lege achtergrond. Het dier rechts houdt een noot tussen zijn voorpoten vast, het hoofd is gebogen, de pluimige staart steekt achter het lichaam omhoog; het linkerdier wendt zich af, zijn rug vormt een donkere tegenvorm. Aan de onderrand liggen noten en schillen verspreid, daarboven staan in kleine letters het monogram en het jaartal. Dürer behandelt het alledaagse dier niet als bijzaak, maar als onderwerp van geconcentreerde aandacht - oren, snorharen, klauwen en afzonderlijke vachtlokken krijgen evenveel aandacht als houding en kijkrichting.
Dat is precies wat me zo aanspreekt aan dit werk: een op zich onopvallend dierenmotief wordt hier volkomen serieus genomen, en bij het bekijken merk je hoe nauwkeurig Dürer moet hebben gekeken. Het doek ‘Salvador (Matt)’ ondersteunt dit ingetogen karakter - het matte oppervlak dempt reflecties en past goed bij de delicate uitstraling van het origineel. Omdat het werk zonder glas is ingelijst, belemmert geen ruit het zicht op de vacht en de verspreide notendoppen; je kunt er echt dichtbij komen, en juist dan komt het kleine formaat goed tot zijn recht. Vanuit een paar stappen is de groep meteen te herkennen, maar als je dichterbij komt, blijft je blik hangen bij het neergeslagen gezicht en de poten. Uiteindelijk is het geen groot verhaal, maar een intiem moment: twee dieren, volledig in zichzelf gekeerd, vastgelegd door een kunstenaar die hen met bijna liefdevolle nauwkeurigheid gadeslaat.