Een lichte streep loopt over de vloer en leidt recht naar het midden van de menigte van gezichten, hoeden en opgeheven wapens. „De Nachtwacht” lijkt op het eerste gezicht een dramatische straatscène, maar in feite toont Rembrandt van Rijn het groepsportret van een Amsterdamse schutterscompagnie. In plaats van de leden netjes naast elkaar op te stellen, brengt hij de groep in beweging: de twee mannen in het midden lopen voorop, handen wijzen in verschillende richtingen, geweren vormen diagonalen, rechts wacht de trommelaar op zijn beurt. Ik vind juist de tegenstrijdigheid spannend: een officiële groepsfoto doet eigenlijk starheid vermoeden, maar wordt hier bijna een momentopname. Rembrandt, een centrale figuur in de 17e-eeuwse Nederlandse schilderkunst, voltooide het werk in 1642. Zijn licht verdeelt de aandacht niet volgens rang en orde; het zoekt individuele gezichten, handen en metalen oppervlakken uit en laat het lichte meisje plotseling uit de donkere menigte naar voren treden.
Op het doek Leonardo met een satijnachtig oppervlak krijgt deze lichtregie een tastbare basis. Vooral in de donkere delen boven de figuren blijft het weefsel zichtbaar: ketting en inslag vormen een fijn raster dat zich voortzet in bruin, zwart en gedempt goud. De druklagen bedekken deze structuur niet - zelfs rustige vlakken lijken daardoor lichtjes in beweging, terwijl lijnen zoals de lange lans of de contouren van de hoeden duidelijk leesbaar blijven. In de onderste hoek is te zien hoe gelijkmatig de bedrukte stof tot aan de rand reikt; aan de zijkanten loopt het motief gespiegeld door over het op het spanraam gespannen doek. Lola omlijst het werk smal, zonder passe-partout of glas. Met afmetingen van 70 × 58 cm komt het werk goed tot zijn recht aan de muur, zonder de ruimte te domineren. Van een afstand vormt de schutterscompagnie een hechte groep, van dichtbij valt het zichtbare reliëf weer uiteen in vele afzonderlijke bewegingen - juist daarin ligt de ruimtelijke kracht van deze uitvoeringuitvoering.