Dit werk heeft geen glas nodig, en dat past bij zo’n nuchtere dansscène: het doek ligt open voor het oog, de structuur ervan blijft zelfs in de donkerste delen voelbaar. In de zwarte rokken en jasjes komt de structuur van de stof naar voren, de rode doeken liggen er als dichte druklagen overheen - zelfs de pasteuze stijl van het origineel is nog te herkennen, bijvoorbeeld in de kleine kleurvlekjes van het borduurwerk. Het geheel wordt omlijst door Alia, een strak profiel uit de Woodland-serie met een ebbenhoutkleurige nerf, die zichtbaar blijft in de verstekzaagsnede van de hoek. Juist deze tegenstelling spreekt me aan: zo’n levendige scène in zo’n rustige, donkere omlijsting - daardoor blijft de blik gericht op de figuren en hun kleuren.
Het motief zelf is Carl Bantzers „Schwälmer Tanz“ uit 1898: een kring van dansers vult het beeldvlak, mannen in donkere rokken en bontmutsen, vrouwen in de klederdracht van de Schwalm met rode mutsen, zware rokken en geborduurde schouderdoeken. Bantzer schildert dit niet als een folkloristische ansichtkaart, maar als een bewegingsstudie - de uitgestrekte armen, de gebogen hoofden, de opwaaiende rokzoom aan de onderrand geven de scène een bijna fysieke aantrekkingskracht. Tussen de donkere figuren flitsen vermiljoenrood, goud en een paar groene en paarse accenten op; juist deze krachtige kleurtonen worden door het gesatineerde doek ‘Leonardo’ met verbazingwekkend veel stoffelijkheid weergegeven. Bantzer, een Duitse schilder uit het einde van de 19e eeuw die lange tijd verbonden was met de schilderskolonie Willingshausen, wijdt zich steeds weer aan het boerenleven in Hessen. Met zijn afmetingen van 68 x 39 cm beslaat het liggende formaat overigens de breedte van de danscirkel - wat overblijft is een stukje feestcultuur, waarin gemeenschap en regionale traditie het eigenlijke thema vormen.