Geen optreden, geen publiek - alleen een jonge vrouw die in de schaduw van donkere takken haar mandoline ter hand neemt en daarbij in het niets staart, alsof ze al naar de volgende noot luistert. Anselm Feuerbach schilderde deze „mandolinespeelster“ in 1865, en de scène leeft juist door deze nonchalance: de witte blouse losjes over de schouder, daaroverheen de donkerrode mantel, daarachter bijna zwart gebladerte waaruit een paar rode bloemen oplichten. Het profiel blijft ernstig, volledig in de muziek verzonken. Als model wordt vaak Nanna Risi genoemd, de Romeinse vrouw die Feuerbach in die jaren herhaaldelijk heeft geschilderd - een verhaal dat je, gezien het gezicht met zijn antiek aandoende, rustige strengheid, zeker gelooft. Linksonder staat de signatuur, dun en vloeiend getekend, direct boven de rand van de tafel.
Het geheel is gedrukt op Leonardo, een gesatineerd doek, in 48 x 62 cm. Wie dichtbij komt, bijvoorbeeld bij de gouden oorbel, ziet het fijne raster van het weefsel door de wang en de hals lopen: De donkere delen verzwelgen het bijna, de lichte delen laten het zien - zo krijgt het oppervlak een subtiele lichamelijkheid die dichter bij een olieverfschilderij ligt dan je zou verwachten. Pas laat valt de lijst op: Luisa, een in Oostenrijk vervaardigd gouden profiel van 76 mm breed, waarvan de drie trapsgewijs geplaatste lijnen de blik naar binnen leiden. Een krachtige lijst voor zo’n rustig motief, maar juist dat draagt het geheel: aan de buitenkant gewicht, aan de binnenkant rust. Zo hangt hier een werk uit Feuerbachs jaren in Rome, waarin hij zijn meest serene schilderijen schilderde.