Via twee verspringend boven elkaar geplaatste dierenkoppen loopt de beeldas omhoog naar het gewei van het hert, dat zich als een kale boom aftekent tegen de bleke avondhemel. Vooraan staat het ree, roodbruin, met het hoofd naar de toeschouwer gekeerd; daarachter het hert, donkerder, met een zware manen en een strakke blik. Links zakt een bleekrode zon achter de heuvelrug, rechts tekent zich aan de horizon nog een dier af, slechts als schaduw. Er is niets blauws aan deze hemel, hij blijft olijfgrijs met een gelige streep boven de bergketen; onderaan sluit donker struikgewas het tafereel af. Carl Friedrich Deiker, een Duitse dierenkunstenaar uit de 19e eeuw, kent zijn motieven van de jacht, en dat is te zien aan de houding: de dieren hebben de toeschouwer opgemerkt en blijven toch staan. Het werk is uitgevoerd op getint papier; de lichte accenten op de oren en neus zijn als dekkend wit aangebracht.
Geen doek deze keer. Het motief is aangebracht op FineArt Foto Satin, een fotopapier met een gedempte oppervlakte, en dat papier is op zijn beurt over het gehele oppervlak op een stevige dragerplaat gelamineerd - niet over een spanraam gespannen, maar vlak achter de lijstvouw, zonder glas ervoor. Het vel kan dus niet gaan golven en er is geen weerspiegeling tussen het oog en het papier, wat bij zo’n donkere lucht belangrijker is dan je zou denken. Zo blijft de korrel van het getinte papier uit het origineel leesbaar, tot in de arceringen bij de nek van het hert; het satijnen oppervlak glanst daarbij nauwelijks, alleen de witte hoge lichten steken iets af. Freja, een licht oudzilver met roestrood in de diepe delen, staat dicht bij het schilderij: het rood onder het zilver en het roze van de zon verschillen qua kleur slechts enkele tinten van elkaar, en het zilver zelf heeft dezelfde gelige gloed als de lucht boven de bergen. Aan de onderrand, naast de signatuur, steken de donkere stippen in het schubbenpatroon bijna net zo zwart af als het struikgewas erachter. Van veraf lijkt de lijst mij lichter dan het schilderij, van dichtbij is het juist andersom.
Bij 48 x 62 cm reikt het gewei tot net onder de bovenste rand, en de buitenste rij bladeren van het profiel blijft ernaast ongeveer even breed als een enkele gewei-tak. Omdat het papier vlak op de plaat ligt, loopt de rand van de afbeelding zonder schaduw over in de vouw; of het ontbreken van een passe-partout daarbij te krap overkomt, hangt waarschijnlijk af van hoe dicht je bij het ree wilt staan.