Fijne draden van het weefsel lopen over Maria’s voorhoofd en blijven zelfs op haar lichte huid zichtbaar als een tastbare orde. Van daaruit daalt de blik, met haar gesloten oogleden, af naar de twee kinderen: links knielt de jonge Johannes met de kruisstaf, rechts zit het Christuskind op haar schoot en steekt de hand naar hem uit. Maria verbindt beide figuren door haar rustige houding; haar rode jurk vormt het midden, de donkere mantel omhult schouders en kinderen. Boven de groep strekt zich een blauwe hemel uit, aan de horizon ligt een smalle strook landschap. Zo ontstaat een heldere driehoekige compositie die nabijheid creëert, zonder de scène in het alledaagse te trekken. Rafaël schilderde de „Diotalevi-Madonna“ in 1503, dus nog aan het begin van zijn loopbaan. Al hier is die orde zichtbaar die later zijn madonnabeelden zal kenmerken: blikken, handen en lichamen communiceren zachtjes met elkaar. Je blijft het langst hangen bij de kleine afstand tussen de kinderen. De beweging van hun handen overbrugt die bijna, maar er blijft een spoor over dat de ontmoeting iets verwachtingsvols geeft.
Bij het ophangen valt op hoe resoluut dit kleine schilderij zijn plaats opeist. Een brede lijst omringt het met diep bladwerk; ribbels, inkepingen en gestippelde patronen lopen trapsgewijs over het hele oppervlak. Het reliëf steekt op sommige plaatsen ver uit, zodat je met je vingers de loop van de ranken zou kunnen volgen. Op de hoogste plaatsen zijn slijtage en kleine verdiepingen zichtbaar, waaronder donkerdere en roodbruine lagen naar voren komen. Deze patina oogt niet glad en geënsceneerd, maar eerder doorleefd - wat het werk goed staat. Een smalle lijst met parelachtige verhogingen vormt de overgang tussen de weelderige buitenrand en het doek. Men zou kunnen vrezen dat dit kader het motief onderdrukt, maar juist zijn fysieke zwaarte maakt van de stille scène een devotiebeeld in de oorspronkelijke betekenis. Zonder glas blijft het oppervlak direct: boven het gezicht van Maria is de weefselstructuur subtiel zichtbaar, in de zwarte delen komt deze krachtiger naar voren, en in de hemel volgen de druklagen elke kleine verhoging. Bij het draaien verandert niet zozeer de kleur als wel de textuur; het ene moment komen afzonderlijke draden naar voren, het volgende moment smelten ze weer samen tot het beeld. Op Maria’s oogleden, de dunne vingers en de kruisstaf behoudt de reproductie Raphaels lijnen zuiver - deze nauwkeurigheid blijft ook van heel dichtbij zichtbaar.